Beveiligingsactiviteiten in Monaco

Binnen de Europese Unie komt men steeds vaker de situatie tegen dat een particulier beveiligingsbedrijf uit de ene EU-lidstaat beveiligingsactiviteiten verricht op het grondgebied van een andere EU-lidstaat. Ook vanuit een Nederlands particulier beveiligingsbedrijf kan de wens bestaand om beveiligingsactiviteiten te verrichten op het grondgebied van andere EU-lidstaten.

In deze White paper komt aan de orde aan welke eisen een Nederlands particulier beveiligingsbedrijf dient te voldoen, die beveiligingsactiviteiten wenst te verrichten op het Monegaskisch grondgebied.  

Toepassingsgebied

In Monaco wordt de private persoonsbeveiliging geregeld in:
a) Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 relative aux activités privées de protection des personnes et des biens (Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002); en
b) Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003 fixant des conditions d’application de la loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 relative aux activités privées de protection des personnes et des biens (Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003)

Vergunningplicht

De vergunninggebondenheid

In Monaco wordt de vergunninggebondenheid geregeld in de Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 en de Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003. In art. 5 lid 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 wordt bepaald, dat private bewakingsactiviteiten, waaronder activiteiten op het gebied van private persoonsbeveiliging, alleen mogen worden uitgeoefend indien men beschikt over een autorisation (=vergunning). Deze autorisation wordt afgegeven door de Ministre d’Etat (ex art. 6 lid 1, 1ste volzin Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

Eigenschappen v/d vergunning

De autorisation kent de volgende eigenschappen:
1) De autorisation is persoonlijk en niet overdraagbaar (ex art. 6 lid 2 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).
2) De autorisation stelt limitatief vast: a) de duur; b) de activiteiten die kunnen worden uitgevoerd, c) de locaties waar men zich zou kunnen opstellen (ex art. 6 lid 1, 2de volzin Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).
3) De autorisation vermeldt de condities inzake de uitoefening van de te verrichten activiteiten (ex art. 6 lid 1, 2de volzin Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

N.B. De autorisation voor private persoonsbeveiliging wordt slechts verleend voor het verrichten van dergelijke activiteiten in gebouwen of eigendommen behorende tot het private domein (ex art. 3 lid 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002). De Ministre d’Etat kan echter op basis van door hem vastgestelde condities bepalen dat de activiteiten inzake private persoonsbeveiliging ook mogen worden uitgeoefend op de openbare weg of op plaatsen in het publieke domein gelegen (art. 3 lid 2 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 j° art 7 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).

De Vergunningeisen

Ex art. 5 lid 2 dient de bewakingsonderneming aan de volgende reeks vergunningeisen te voldoen:
a) Men dient qua beroepsbeoefenaar geheel betrouwbaar te zijn; Deze waarborg dient bij rechtspersonen te worden gegeven door alle afdelingshoofden, bestuurders en directeuren.
b) Men dient te beschikken over een locatie in Monaco, alwaar men het bureau gehuisvest heeft, de wapens bewaard alsmede de uitrusting die noodzakelijk is voor de uitoefening van de activiteiten waarvoor men geautoriseerd is.
c) Men dient te beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

De eisen t.a.v. leidinggevenden

Niemand mag individueel activiteiten ontplooien inzake private persoonsbeveiliging, dan wel als directeur/leidinggevende door diens bewakingsonderneming dergelijke activiteiten doen laten uitvoeren, indien:

a) Hij het onderwerp is wegens gedragingen die strijdig zijn met de goede eer, zeden en integriteit, of enige schade kunnen toebrengen aan de veiligheid van personen of goederen (art. 7, onderdeel 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

b) Hij het onderwerp is van een veroordeling wegens een peine correctionelle of een peine criminele, met of zonder opschorting, definitief opgelegd (art.7, onderdeel 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

c) Hij tekortschiet zonder rehabilitering of indien hem een sanctie is opgelegd, wegens de ten uitvoerlegging van een beschikking op basis van a) een wettelijk voorschrift, b) een liquidatie van goederen, c) faillissement of

d) bankroetverklaring (art. 7, onderdeel 2 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

De eisen t.a.v. uitvoerenden

Een uitvoerende persoon mag niet belast worden met activiteiten inzake de private persoonsbeveiliging, indien:

a) Hij het onderwerp is wegens gedragingen die strijdig zijn met de goede eer, zeden en integriteit, of enige schade kunnen toebrengen aan de veiligheid van personen of goederen (art. 8 lid 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

b) Hij het onderwerp is van een veroordeling wegens een peine correctionelle of een peine criminele, met of zonder opschorting, definitief opgelegd (art.8 lid 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

N.B. Ter eerbieding van de Loi n° 913 du 17 juillet 1957 tendant à réglementer les conditions d’embauchage et de licenciement en Principauté, dienen de vergunningen ex art. 5 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 voorafgaand verkregen te worden aan de vergunningverlening betreffende hun in diensttredende werknemers (art. 8 lid 2 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

De vergunningaanvraag

De aanvraag der autorisation wordt gedaan bij het Ministère d’Etat (ex art. 6 lid 1, 1ste volzin Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

De formaliteiten inzake de vergunningaanvraag voor buitenlandse ondernemingen

Ook bewakingsondernemingen uit het buitenland die private persoonsbeveiligingsactiviteiten willen exploiteren in Monaco, zijn verplicht om voorafgaand een autorisation aan te vragen bij de Ministre d’Etat (art. 9 lid 1, 1ste volzin Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).
Om de aanvraag van de autorisation effect te geven dient men hieraan toe te voegen:
a) het nummer inzake de vergunning, welke afgegeven is door de autoriteiten van de staat, alwaar de bewakingsonderneming z’n statutaire zetel heeft (art. 9 lid 1, 2de volzin, 1ste zinsdeel Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003); en
b) een lijst van de personen die zullen deelnemen aan de missie (art. 9 lid 1, 2de volzin, 2de zinsdeel Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).
c) een uitgebreide specificatie inzake eventueel te gebruiken kleding, waarmee men zich onderscheidt (art. 9 lid 3 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).
d) een uitgebreide specificatie inzake de technische eigenschappen van de voertuigen die men voor de missie gebruiken wil, alsmede de registraties van deze voertuigen (art. 9 lid 3 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).
e) een schrijven of men al dan niet gebruik zal maken van (vuur)wapens (art. 9 lid 2 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003); en
f) indien men daadwerkelijk (vuur)wapens zal gaan gebuiken, de wapenvergunning afgegeven door de autoriteiten van het land van herkomst (art. 9 lid 2 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).

Wijzigingen inzake de vergunning

Elke verandering van de uit te voeren activiteiten of elke wijziging van de vergunninghouder dan wel wijziging van de locatie, vormt het object voor het afgeven van een nieuwe vergunning op basis van de formaliteiten en de condities ex art. 6 lid 1, 2de volzin Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 (art. 6 lid 3 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002).

Vestigingsplicht

Ex art. 5 lid 2 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 geldt de plicht voor bewakingsondernemingen dat zij moeten beschikken over een locatie in Monaco, alwaat zij hun bureau gehuisvest hebben. Onduidelijk is echter, of deze plicht ook geldt voor bewakingsondernemingen uit het buitenland.

Legitimatieplicht

Alle personen die zich bezighouden met het verrichten van activiteiten inzake private persoonsbeveiliging, dienen te beschikken over een Carte Professionnelle, welke afgegeven wordt door zijn werkgever (art. 6 lid 1 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003). Deze kaart omvat de naam, de voornamen, de rang van de kaarthouder, alsmede de naam, de zetelplaats en adres van diens werkgever (art. 6 lid 2 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003). De kaart bevat tevens een foto van de kaarthouder, een identificatie van de aan diens werkgever door de autoriteiten verstrekte vergunning (art. 6 lid 3 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003). Hij dient deze Carte Professionnelle te tonen op verzoek van de publieke autoriteiten en dient het in te leveren bij de werkgever, wanneer hij het arbeidscontract beëindigd (art. 6 lid 4 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).

Diploma-eisen

In zowel de Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002 als de Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003 wordt er niet gesproken over bepaalde diploma-esien voor een bewakingsonderneming.

Kleding-eisen

Normaliter gelden er kledingvoorschriften voor het uitvoerende personeel van een bewakingsonderneming (art. 10 lid 1 Loi n° 1.264 du 23 décembre 2002). Uitzondering genieten echter de persoonsbeveiligers die discreet te werk moeten gaan (art. 1 en 2 Ordonnance Souvraine n° 15.699 du 26 février 2003).

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *