Weigering Verklaring omtrent het gedrag voor het profiel: Politieke Ambtsdrager

Dit screeningsprofiel geldt voor alle aspirant-volksvertegenwoordigers, -wethouders en -gedeputeerden. Onder volksvertegenwoordigers worden in deze verstaan (aspirant)leden van de Eerste en Tweede Kamer, het Europees Parlement, raads- en statenleden en het algemeen bestuur van waterschappen. Bij de toets aan dit screeningsprofiel geldt een terugkijk-termijn van tien jaren.
Om de integriteit van (potentiële) volksvertegenwoordigers, -wethouders en -gedeputeerden zo goed mogelijk te borgen is gekozen voor een screeningsprofiel, waarin een hoge mate van integriteit beoordeeld wordt. Aspirant-volksvertegenwoordigers zijn belast met vertegenwoordiging van het volk en vervullen in die hoedanigheid een controlerende functie ten opzichte van het (dagelijks) bestuur en zijn belast zijn met het maken van (initiatief) wetten. Aspirant-wethouders en -gedeputeerden geven sturing aan beleidsvorming op specifieke terreinen en dragen verantwoordelijkheid voor de begroting. Compromitterende situaties moeten worden vermeden, want deze doen afbreuk aan het gezag en vertrouwen. Gezag en vertrouwen zijn de pijlers waarop de positie van volksvertegenwoordigers, wethouders en gedeputeerden is gefundeerd. Om die reden worden zeer hoge eisen gesteld aan de betrouwbaarheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dergelijke functie. Derhalve wordt verwacht dat zij terdege strafrechtelijk integer zijn.
Een (aspirant) volksvertegenwoordiger, wethouder of gedeputeerde heeft een bijzondere positie ten opzichte van zijn/haar medeburgers. Door een niet-integere houding kan misbruik worden gemaakt van -en afbreuk worden gedaan aan- deze bijzondere positie. Hierom wordt van hen strikte naleving van de wettelijke voorschriften verlangd.
Eén van de kenmerken van de functie van aspirant-volksvertegenwoordiger, -wethouder en -gedeputeerde is dat wordt omgegaan met zeer gevoelige informatie. Het omgaan met gevoelige informatie brengt het risico met zich mee van misbruik van gegevens, onzorgvuldig omgaan met gegevensdragers, het lekken van informatie, afpersing, afdreiging, vervalsing etc. Als politicus bestaat ook het gevaar van omkoping of door de verkregen informatie zichzelf een voordeel te verschaffen.Indien blijkt dat de aspirant-volksvertegenwoordiger, -wethouder of -gedeputeerde in de voorgeschreven terugkijk-termijn voorkomt en/of is veroordeeld voor feiten die verband houden met de functieaspecten geld, goederen en/of personen zegt dat in negatieve zin iets over zijn/haar kwetsbaarheid en integriteit om als politieke ambtsdrager op te kunnen treden.

Wettelijk kader

Artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna WJSG) bepaalt dat een VOG wordt afgegeven als er na onderzoek niet is gebleken van bezwaren tegen de aanvrager. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Ook worden de belangen van betrokkene meegewogen. 
Artikel 35 van de WJSG bepaalt dat de afgifte van een VOG wordt geweigerd als in de justitiële documentatie over de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien het zou worden herhaald, een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de VOG wordt gevraagd in de weg zal staan. Dit vanwege het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval. 
Artikel 36 van de WJSG bepaalt dat in het onderzoek kennis kan worden genomen van alle justitiële gegevens uit de justitiële documentatie van de aanvrager en van gegevens uit de politieregisters. Het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalt dat veroordelingen, transacties, openstaande strafzaken en sepots worden aangemerkt als justitiële gegevens. 
De Beleidsregels VOG-NP-RP-2013, STCRT 1 maart 2013, nr. 5409 (hierna de beleidsregels) bevatten nadere regels over het beoordelen van aanvragen voor een VOG.

Beoordeling van de aanvraag

Voor de beoordeling van een aanvraag geldt een terugkeertermijn van vijf (5) jaren. Indien iemand binnen deze terugkeertermijn voorkomt in de justitiële documentatie, zal de Staatssecretaris diens gegevens zonder tijdsbeperking uit het JDS ontvangen. Indien iemand binnen de van toepassing zijnde terugkeertermijn voorkomt in het JDS worden ingevolge paragraaf 3.1.1. van de beleidsregels ook alle overige voor de aanvraag relevante justitiële gegevens die buiten de terugkeertermijn liggen bij de beoordeling betrokken. Aan zulke strafbare feiten komt, nu deze buiten de terugkeertermijn hebben plaatsgevonden, onvoldoende gewicht toe om zelfstandig ten grondslag te worden gelegd aan de beoordeling van de VOG-aanvraag. Deze strafbare feiten worden echter wel betrokken bij de subjectieve criteria en zullen derhalve een rol spelen bij de belangenafweging. Op grond van zowel binnen als buiten de termijn aangetroffen strafbare feiten wordt een inschatting gemaakt van het risico dat de aanvrager opnieuw met justitie in aanraking komt.

Objectieve- en Subjectieve Criteria

De beoordeling van een aanvraag om toewijzing van een VOG begint met toetsing aan het objectieve criterium. Het gaat erom of de justitiële gegevens die zijn aangetroffen in het JDS van de aanvrager, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie of bezigheden waarvoor de VOG is aangevraagd. Indien aan het objectieve criterium zou zijn voldaan, is in beginsel de grondslag voor weigering van de VOG gegeven.
Bij de beoordeling van het subjectieve criterium wordt vervolgens bezien of in de omstandigheden van het geval aanleiding behoort te worden gezien om toch over te gaan tot afgifte van de gevraagde VOG. Bij de beoordeling wordt gekeken naar het tijdsverloop sinds iemand met justitie in aanraking is gekomen. Hoe recenter dit justitiecontact is, hoe zwaarder het wordt meegewogen in de beoordeling.

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *