Grensoverschrijdende fraudes met de export van oud-ijzer en andere metalen. Een juridische analyse (white paper)

Het Nederlandse bedrijf [BEDRIJF X], statutair gevestigd te [PLAATSNAAM], verzamelt en koopt op oud-ijzer en andere metalen. Dit metaal wordt verscheept per containerschip naar Azië en wordt aldaar verkocht aan o.a. het Chinese bedrijf [BEDRIJF Y]. Dit geschiedt op basis van een order bij een handelsagent. De handelsagent dealt voor €100,-, met overpayment van €25,-. Dit resulteert in een totaalbedrag van €125,-. Vanuit Nederland stuurt [BEDRIJF X] een factuur van €125,- naar [BEDRIJF Y]. Dientengevolge komt er geldstroom opgang, waarbij [BEDRIJF Y] €125,- betaalt aan [BEDRIJF X]. Uit de bedrijfsadministratie van [BEDRIJF X] blijkt echter dat de zakelijke prijs €100,- bedraagt en dat [BEDRIJF Y] telkens €25,- te veel zou betalen. [BEDRIJF X] stort telkens een bedrag van €25,- op een bankrekeningnummer van een bank in de Verenigde Arabische Emiraten. Daarvoor wordt een creditnota opgesteld, welke gericht is aan [BEDRIJF Y]. Deze creditnota zit weliswaar in de bedrijfsadministratie [BEDRIJF X], maar werd nooit verstuurd aan [BEDRIJF Y] in China.

READ MORE

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *