Drank- en Horecawet

De Drank- en Horecawet reguleert de uitoefening van de bedrijven en de werkzaamheid, waarin of in het kader waarvan alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De burgemeester is daarin het bevoegd gezag voor de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving. Deze taken van de burgemeester sluiten aan bij zijn verantwoordelijkheid voor het toezicht op openbare samenkomsten, vermakelijkheden en openbare inrichtingen (Gemeentewet, artikel 174) Het is verboden een horecabedrijf of een slijtersbedrijf te voeren, zonder dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Wanneer een bedrijf de verbodsbepalingen uit de Drank- en Horecawet niet naleeft, dan kan de burgemeester de vergunning intrekken. Als zich in een inrichting feiten voor doen die gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid en als niet langer voldaan wordt aan de inrichtingseisen of de eisen gesteld aan de leidinggevende, dan moet de burgemeester tot intrekken van de vergunning besluiten. Voorts heeft de burgemeester de mogelijkheid om een vergunning voor een periode van maximaal 12 weken te schorsen als dit passender is voor de ernst van de overtreding. Bij deze sancties kan een last onder dwangsom en bestuursdwang (sluiting) worden toegepast.

De Drank- en Horecawet verbiedt jongeren onder de 18 jaar om alcoholhoudende drank bij zich te hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Voor publiek toegankelijke plaatsen zijn: de openbare weg, stationshallen, overdekte winkelcentra, plantsoenen, portieken, stadions, postkantoren, gemeentehuizen, parkeergarages en horecabedrijven. Supermarkten en slijterijen vallen hier niet onder. De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden en deze jongeren te beboeten.

Op grond van de Gemeentewet en de Drank- en Horecawet kan de gemeenteraad regels in een verordening vastleggen. De verordening kan regels bevatten op het gebied van:

  • koppeling tussen toegangsleeftijd en sluitingstijd;
  • regulering van prijsacties;
  • beperken van happy hours. Met deze wijziging kan het lokaal bestuur maatregelen kiezen die aansluiten bij de lokale situatie.

De Drank- en Horecawet verbiedt verkoop en verstrekking van alcoholhoudende producten aan personen beneden de leeftijd Zakboek Openbare orde en veiligheid 51 van 18 jaar. Dit geldt ook voor zwak-alcoholhoudende dranken, zoals bijvoorbeeld in supermarkten verkocht worden en waarvoor geen drank- en Horecavergunning vereist is. De burgemeester kan bedrijven die zich hier niet aan houden sancties opleggen. Wanneer drie keer binnen een jaar is geconstateerd dat alcohol wordt verstrekt of verkocht aan minderjarigen, dan kan de burgemeester de verkoop van alle alcoholhoudende dranken verbieden voor een periode van maximaal 12 weken. Daarbij kan hij een last onder dwangsom opleggen.

De gemeente is verplicht om een verordening vast te stellen om de drankverstrekking binnen de paracommercie te reguleren. In de verordening bepaalt de gemeenteraad onder meer op welke dagen en tijdstippen het mogelijk is alcohol te verstrekken. Daarbij is het mogelijk om onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Voor bijvoorbeeld sportverenigingen kunnen de regels anders zijn dan voor studentenverenigingen of club- en buurthuizen. Met het oog op tijdelijke en bijzondere gelegenheden kan de burgemeester voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de regels in de verordening. De burgemeester heeft de bevoegdheid om personen de toegang tot ruimtes te ontzeggen waar in strijd met de wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Bij bepaalde overtredingen kan de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen. Het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet bevat een overzicht van deze overtredingen en welk boetebedrag bij welke overtreding wordt opgelegd.

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *