Sluiten woning – Wet Victoria (artikel 174a)

Sluiten woning (Wet Victoria) is een specifieke bevoegdheid van de burgemeester. Deze bevoegdheid ligt verankerd in artikel 174a Gemeentewet.

De Wet Victoria (artikel 174a Gemeentewet) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning, of een niet voor het publiek toegankelijk lokaal bij verstoring van de openbare orde rond die woning door gedragingen in die woning of dat lokaal. Sluiting van de woning of het lokaal (en bijbehorend erf) is slechts mogelijk in situaties waarin sprake is van overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd. Door de wetgever is daarbij gedacht aan overlast die wat betreft de risico’s voor de omgeving te vergelijken is met drugsoverlast. Voorbeelden zijn voortdurend bezoek van verslaafden, handel in verdovende middelen, heling, prostitutie etc., voor zover deze te relateren zijn aan de woning. Het gaat niet alleen om daadwerkelijke overlast, maar tevens om ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, bijvoorbeeld omdat de bewoner in een vorige woning voor overlast heeft gezorgd en er aanwijzingen zijn dat hij de huidige woning op dezelfde wijze zal gebruiken (lid 2).

De bevoegdheid tot het sluiten van een woning is een zeer zware bevoegdheid, die inbreuk maakt op persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet) en op het huisrecht van de bewoners (artikel 12 Grondwet). De praktijk wijst uit dat deze bevoegdheid de afgelopen jaren, mede door de strenge voorwaarden, minder wordt toegepast. Net als voor alle bevoegdheden geldt, moet de burgemeester in de praktijk ook hier eerst proberen om de overlast met andere, minder ingrijpende middelen, een halt toe te roepen. Een voorbeeld van een minder ingrijpend middel is buurtbemiddeling, een methode om buurtgenoten die onderling problemen hebben weer met elkaar in gesprek te brengen. Daarnaast heeft het college van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 17 Woningwet de mogelijkheid om een gebouw, open erf of terrein te sluiten indien sprake is van bedreiging van de leefbaarheid of er gevaar voor de gezondheid of de veiligheid is. Het college kan de uitvoering ervan mandateren aan de burgemeester.

Het bevel om de woning te sluiten is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat voor de bewoner (of een andere belanghebbende). De burgemeester moet betrokkene eerst waarschuwen en op de hoogte stellen van de geconstateerde overlast, alvorens hij kan besluiten tot sluiting. Bovendien moet betrokkene bij het besluit binnen een te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om de overlast te beëindigen, tenzij er sprake is van spoedeisende sluiting.

Uit de jurisprudentie blijkt onder meer dat de burgemeester:

  • aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk moet maken dat zich in de woning of op het daarbij behorende erf ernstige gedragingen voordoen en dat daardoor verschillende soorten ernstige overlast zich met grote regelmaat en langdurig voordoen;
  • deugdelijk moet motiveren waaruit die verwachte verstoring blijkt;
  • geluidsoverlast ‘in de zin van burengerucht’ onvoldoende ernstige vorm van overlast is om een woningsluiting te kunnen rechtvaardigen.

Een praktisch knelpunt is de zorgplicht die de burgemeester heeft voor de bewoners van het gesloten pand. Wanneer onschuldige bewoners als kinderen en de partner van de overlastveroorzaker geen alternatief onderdak hebben, is uitzetting in de praktijk geen adequate oplossing om de overlast te bestrijden. De overlastveroorzaker zelf hoeft geen alternatieve woonruimte aangeboden te worden. Na sluiting door de burgemeester kan het college van B&W een vervolg geven op grond van de Wet Victor. Het college is bevoegd om de eigenaar te verplichten om een andere gebruiker voor het pand aan te wijzen of het gebouw in beheer te geven (artikel 13b van de Woningwet). Aan dit besluit kunnen voorwaarden worden gesteld, zoals het geschikt maken voor gebruik van de woning. Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond de betreffende woning, dan is de gemeenteraad, op grond van artikel 77 lid 1 sub 7 Onteigeningswet, bevoegd om tot onteigening over te gaan.

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *