Toezicht op openbare samenkomsten, vermakelijkheden en inrichtingen (Artikel 174)

Toezicht op openbare samenkomsten, vermakelijkheden en inrichtinen is een specifieke bevoegdheid van de burgemeester. Deze bevoegdheid ligt verankerd in artikel 174 Gemeentewet.

Artikel 174 Gemeentewet belast de burgemeester met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en erven, openbare samenkomsten en vermakelijkheden met het oog op veiligheid en gezondheid. De reguliere functie en gebruik van een gelegenheid is daarbij relevant. Een restaurant waar een besloten feest plaatsvindt, is dus ook een voor het publiek openstaand gebouw. Voorbeelden van openbare vermakelijkheden en inrichtingen:

  • openbare vermakelijkheden en samenkomsten: kermis, braderie, (pop)festival, (voetbal)wedstrijd, optocht (geen demonstratie) en (vierdaagse) wandeltocht, persconferentie, etc.;
  • openbare inrichtingen en erven: winkel, bank, bioscoop, theater, restaurant, café, terras horecabedrijf, hotel, discotheek, coffeeshop, seksinrichting, sisha lounge, maar ook de voor publiek toegankelijke delen van bijvoorbeeld gemeentehuis, provinciehuis, rechtbank en museum. Het begrip toezicht is ruimer dan de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

Onder toezicht wordt verstaan:

  • toezicht op naleving van wettelijke voorschriften (artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht);
  • het geven van bevelen die nodig zijn voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid, bijvoorbeeld het sluiten van inrichtingen of het stoppen van vermakelijkheden op grond van een brandgevaarlijke situatie;
  • toezicht op de uitvoering van verordeningen, waaronder de APV. 44 Nederlands Genootschap van Burgemeesters In acute veiligheidssituaties kan de burgemeester onverwijld ingrijpen.

In minder acute situaties zal hij eerst een waarschuwing moeten geven. Een burgemeester kan bijvoorbeeld beslissen om een café te sluiten indien de voorschriften betreffende de sluitingstijden meermalen niet worden nageleefd. Dit bevel kan worden gehandhaafd door middel van bestuursdwang of dwangsom op basis van artikel 125 lid 3 Gemeentewet. Zowel het bevel als de bestuursdwangbeschikking staan open voor bezwaar en beroep. Bij het geven van een bevel moet de burgemeester de volgende voorwaarden in acht nemen:

  • er moeten geen wettelijke regelingen of gewone middelen voor handen zijn op grond waarvan hij kan optreden;
  • het bevel mag niet in strijd zijn met hogere wetgeving;
  • de bedreiging van de veiligheid of gezondheid moet concreet en acuut zijn;
  • bij de motivering (schriftelijk; bij grote spoed eventueel later op te stellen) moeten de overwegingen vermeld zijn en;
  • er moet een einddatum aan het bevel verbonden zijn.

Het enkele feit dat er illegale/criminele activiteiten plaatsvinden in een openbare inrichting is onvoldoende reden voor een bevel door de burgemeester. Het bevel moet namelijk gericht zijn op herstel van de veiligheid en/of gezondheid en heeft geen betrekking op criminaliteitsbestrijding. Gokken en handel in verdovende middelen zijn wel aantastingen van de openbare orde en veiligheid, waarbij burgemeesterlijke bevelen wel mogelijk zijn. Voor overige delicten geldt dat de burgemeester niet bevoegd is om op te treden; vervolging van strafbare feiten is de verantwoordelijkheid van de officier van justitie.

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *