Wet publieke gezondheid

De Wet publieke gezondheid implementeert de Internationale gezondheidsregeling en bevat onder meer afspraken op het terrein van infectieziektebestrijding en quarantaine. Met de Wet publieke gezondheid blijft de gemeente verantwoordelijk voor de infectieziektebestrijding:

  • het college voor de algemene infectieziektebestrijding,
  • de burgemeester voor het nemen van maatregelen.

Groepen A, B1, B2 en C

In de Wet publieke gezondheid zijn ziekten ingedeeld in groepen A, B1, B2 en C. De voorzitter van de Veiligheidsregio geeft leiding aan de bestrijding van een epidemie van een A-ziekte, de burgemeester bij overige ziekten. De wet biedt mogelijkheden om mensen in quarantaine te plaatsen (artikelen 35-39), gebouwen te sluiten (artikel 47) of aan de andere kant aanvullende maatregelen te nemen. Voor ziekten op de zogenoemde A-lijst ligt de centrale regie bij de minister van Volksgezondheid. Daarbij worden maatregelen landelijk afgestemd en kan de minister regels stellen over de verdeling van profylaxe middelen en vaccins, voor zover dit nodig is ten behoeve van de bestrijding van de ziekte. Bij een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2 neemt de minister van Volksgezondheid de leiding, voor zover de burgemeester van een gemeente die het aangaat daartoe verzoekt. De lijst A-ziekten bestaat uit MERS CoV, pokken, polio, SARS en virale hemorragische koorts (waaronder ebola).

Zodra er sprake is van een infectieziektecrisis (een A-ziekte), houdt de minister van Volksgezondheid de leiding over de bestrijding. Dat betekent dat de minister het kader voor de bestrijding vaststelt en aanwijzingen geeft over het te voeren bestrijdingsbeleid. Het bestuur van de veiligheidsregio is daarbij het aanspreekpunt voor de minister van Volksgezondheid, zowel voor de voorbereiding, als voor de bestrijding. De GGD geeft op basis van de Wet publieke gezondheid een inhoudelijk advies aan de betreffende burgemeester (B1, B2, C ziekten) of aan de voorzitter van de veiligheidsregio (A-ziekten) over de te nemen maatregelen. De GHOR adviseert op basis van de Wet veiligheidsregio’s aan de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio over de coördinatie van de inzet van gezondheidszorg. Namens GHOR en GGD is de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) het aanspreekpunt voor het bestuur.

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *